|
woensdag 11 maart 2026
Biddag vanuit de Grote- of Sint Martinus kerk - ook te volgen via kerkomroep
Datum: woensdag 11 maart 2026
Tijdstip: 19:30 uur
Orde van de dienst op 11 maart 2026, biddag in de Grote of Sint Martinuskerk te Dokkum

Muziek
Woord van welkom en mededelingen
Intochtslied: Liedboek voor de kerken 431: 1 = Liedboek, zingen en bidden in huis en kerk 869: 1.
.png)
Bemoediging en groet
Lied: Liedboek voor de kerken 431: 3 = Liedboek, zingen en bidden in huis en kerk 869: 3
Wat onze God in de aanvang schiep,
dat wil Hij ook bewaren;
wat onze God tot aanzijn riep
doet Hij zijn trouw ervaren.
De Heer regeert, en het is goed
waar Hij de mensen wonen doet.
Geef onze God de ere!
Gebed
Schriftlezing: Genesis 8: 6 - 22
Na verloop van veertig dagen deed Noach het venster dat hij in de ark had aangebracht open 7en liet een raaf los. Deze bleef heen en weer vliegen totdat de aarde droog was. 8Vervolgens liet hij een duif los om te zien of het water op het land verder gedaald was. 9Maar de duif kon nergens een plekje vinden waar ze kon neerstrijken om te rusten en kwam bij hem terug in de ark, want overal op de aarde was nog water. Hij stak zijn hand uit, pakte haar en nam haar weer bij zich in de ark. 10Hij wachtte nog zeven dagen en liet de duif toen opnieuw los. 11Tegen de avond kwam ze bij hem terug – met een jong olijfblad in haar snavel. Toen wist Noach dat het water op de aarde verder gedaald was. 12Weer wachtte hij zeven dagen en daarna liet hij de duif nogmaals los. Ze kwam niet meer bij hem terug. 13In het zeshonderdeerste jaar, op de eerste dag van de eerste maand, was het water van de aarde verdwenen. Noach maakte het dak van de ark open en keek rond – de aarde was drooggevallen. 14Op de zevenentwintigste dag van de tweede maand was de aarde droog.
15Toen zei God tegen Noach: 16‘Ga de ark uit, samen met je vrouw, je zonen en de vrouwen van je zonen. 17Laat ook alle dieren die bij je zijn naar buiten gaan: vogels, vee en alles wat op de aarde rondkruipt. Ze moeten vruchtbaar zijn en talrijk worden, en zich over de hele aarde verspreiden.’ 18Hierop ging Noach naar buiten, samen met zijn zonen, zijn vrouw en de vrouwen van zijn zonen. 19Ook alle dieren gingen de ark uit, soort bij soort, alle vogels, en alles wat op de aarde rondkruipt.
20Noach bouwde een altaar voor de HEER; daarop bracht hij brandoffers van al het reine vee en alle reine vogels. 21De geur van de offers behaagde de HEER, en Hij zei bij zichzelf: Nooit weer zal Ik de aarde vervloeken vanwege de mens, want alles wat de mens uitdenkt, van zijn jeugd af aan, is nu eenmaal slecht. Nooit weer zal Ik alles wat leeft doden, zoals Ik nu heb gedaan. 22Zolang de aarde bestaat, zal er een tijd zijn om te zaaien en een tijd om te oogsten, zal er koude zijn en hitte, zomer en winter, dag en nacht – nooit komt daar een einde aan.
Lied: Liedboek voor de kerken 223: 1,2,3, 4 en 7 = Liedboek, zingen en bidden in huis en kerk 650: 1,2,3, 4 en 7
.png)
Gods goedheid is te groot
voor het geluk alleen,
zij gaat in alle nood
door heel het leven heen.
Zij daalt als vruchtbaar zaad
tot in de groeve af
omdat zij niet verlaat
wie toeven in het graf.
Omdat zij niet vergeet
wie godverlaten zijn:
de wereld hemelsbreed
zal goede aarde zijn.
Al gij die God bemint
en op zijn goedheid wacht,
de oogst ruist in de wind
als psalmen in de nacht.
Evangelielezing: Marcus 4 :1 – 9
41Weer ging Hij naar het meer om de mensen te onderwijzen; er kwam een enorme menigte om Hem heen staan. Daarom ging Hij in de boot op het meer zitten, terwijl de menigte op de oever bleef staan. 2Hij onderwees hen en sprak hen toe in allerlei gelijkenissen. Hij zei: 3‘Luister. Een zaaier ging eropuit om te zaaien. 4Tijdens het zaaien viel een deel van het zaad op de weg, en de vogels kwamen en aten het op. 5Een ander deel viel op rotsachtige grond, waar maar weinig aarde was, en het schoot meteen op omdat het niet diep in de grond kon doordringen; 6en toen de zon opkwam verschroeide het, en doordat het geen wortel had droogde het uit. 7Weer een ander deel viel tussen de distels, en de distels schoten op en verstikten het en het bracht geen vruchten voort. 8Maar er was ook zaad dat in goede grond viel en wel vruchten voortbracht: het schoot op en groeide en droeg vrucht, dertig-, zestig- en honderdvoudig.’ 9
En Hij zei: ‘Wie oren heeft om te horen, laat die horen!
Lied: Liedboek voor de Kerken 488b: 1, 2 en 5 = Liedboek, zingen en bidden in huis en kerk, 981: 1, 2 en 5
.png)
Overdenking

Muziek: Bewerking van het koraal Crimond.
Bijdrage van de Werkgroep Groene Kerk
Voorbeden
Slotlied: Liedboek voor de kerken 479: 1 en 4 = Liedboek, zingen en bidden in huis en kerk Lied 978: 1 en 4
.png)
Zegen
|