vrijdag 3 april 2026

Kerkdienst vanuit De Herberg ook te bekijken via kerkomroep

Datum: 
 vrijdag 3 april 2026
Tijdstip: 
 19:30 uur
Locatie: 
 De Herberg

 Goede Vrijdag 3 april 2026

Kerkelijk Centrum de Herberg
Protestantse Gemeente Dokkum-Aalsum-Wetsens
Voorganger: ds. K.F.A.W. van Wijngaarden

Muzikale medewerking van:
Machiel Keekstra (Piano)
Jelle Visser (Orgel)
Solist: Peter Holwerda

Het is stil in de kerk

Solist  - Getsémane - (Kees Kraaijenoord)

My heart is overwellemed
       Mijn hart is diep bedroefd,
to the point of death

       tot in de dood ben ik benauwd.
and sorrow overtakes me
       Het verdriet grijpt mij aan
and darkness looms on the ground

       en de duisternis daalt neer op de aarde.

Theres no light to be found
       Geen straal van licht is te zien.
It's a long hard road

       De weg is lang en zwaar,
That you put me on

       de weg die U mij hebt opgelegd,
And I am all alone

en ik ga hem alleen.

But I chose to die
       Maar ik geef mijn leven
For the ones that you have given me

       voor hen die U mij hebt toevertrouwd.
So not my will, but yours be done

Niet mijn wil, maar Uw wil geschiede.

Father if it's not possible
       Vader, als deze beker
For this cup to be taken from me

       niet van mij kan worden weggenomen,
Then I will drink it

       dan zal ik hem drinken,
for my live is in your hands

want mijn leven is in Uw hand
And u must forfill your plan
en Uw heilsplan moet volbracht worden.


It's a long hard road
       De weg is lang en zwaar,
It's a long hard road

       De weg is lang en zwaar,
That you put me on

       de weg die U mij hebt opgelegd,
And I am all alone

en ik ga hem alleen.

But I choose to die
       Maar ik geef mijn leven
For the ones that you have given me

       voor hen die U mij hebt gegeven.
So not my will, but yours be done

So not my will, but yours be done...

Niet mijn wil, maar Uw wil geschiede…

Stil moment

Voorganger: Stil, mijn ziel, wees stil, en wees niet bang,
Voor de onzekerheid van morgen.
God omgeeft je steeds, Hij is erbij,
In je beproevingen en zorgen.

God, u bent mijn God
En ik vertrouw op u.

We worden stil, we zijn een moment stil, in verwachting, in vertrouwen.



Votum en Groet 
Vanwaar zal mijn hulp komen? Mijn hulp komt van:
God de vader, Hij is mijn vast vertrouwen en ik wankel niet. Mijn hulp komt van de Heer, die mijn sterkte is, die mijn beschermer is, die mij Redding heeft gebracht.


Vanwaar zal mijn hulp komen? Mijn hulp komt van:
De enige Weg, de waarheid en het Leven tot in eeuwigheid, Het Woord dat in den beginne was, het Licht dat in de wereld kwam en niet gedoofd kon worden. Hij die verlaten leek maar hulp bied voor iedereen die Hem daarom vraagt.

Vanwaar zal mijn hulp komen? Mijn hulp komt van:
De trooster, de helper, de geest van de waarheid, Die ons de vrucht van liefde leert, maar ook de weg naar vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Mijn hulp komt van de heilige Geest die ons leidt naar die vrucht.

Genade en Vrede zij U, van God onze Vader,
Van Jezus Christus, die de weg naar het kruis ging, die ons leidde naar vergeving van de zonden, in verbondenheid met de Trooster. Amen
 
Samenzang                                                                 (Hemelhoog 180)
Hij kwam bij ons heel gewoon,
De Zoon van God als mensenzoon.
Hij diende ons als een knecht
En heeft zijn leven afgelegd.
Zie onze God, de Koning-Knecht.
Hij heeft Zijn leven afgelegd.
Zijn voorbeeld roept om te dienen iedere dag,
Gedragen door Zijn liefde en kracht.
 
Het verraad – Johannes 18: 2-12 – door Doretta Akkermans
Judas, die Hem zou uitleveren, kende deze plek ook, want Jezus was er vaak met zijn leerlingen samengekomen. Judas ging ernaartoe, samen met de cohort soldaten en een aantal dienaren van de hogepriesters en de farizeeën. Ze waren gewapend en droegen fakkels en lantaarns. 
Jezus wist precies wat er met Hem zou gebeuren. Hij liep naar hen toe en vroeg: ‘Wie zoeken jullie?’ Ze antwoordden: ‘Jezus van Nazaret.’ ‘Ik ben het,’ zei Jezus, terwijl Judas, die Hem kwam uitleveren, erbij stond. Toen Hij zei: ‘Ik ben het,’ deinsden ze achteruit en vielen op de grond. Weer vroeg Jezus: ‘Wie zoeken jullie?’ en weer zeiden ze: ‘Jezus van Nazaret.’ ‘Ik heb jullie al gezegd: “Ik ben het,”’ zei Jezus. ‘Als jullie Mij zoeken, laat deze mensen dan gaan.’ Zo moest zijn uitspraak in vervulling gaan: ‘Geen van hen die U Mij gegeven hebt, heb Ik verloren laten gaan.’ Daarop trok Simon Petrus het zwaard dat hij bij zich had, haalde uit naar de knecht van de hogepriester en sloeg hem zijn rechteroor af; Malchus heette die knecht. Maar Jezus zei tegen Petrus: ‘Steek je zwaard in de schede. Zou Ik de beker die de Vader Mij gegeven heeft niet drinken?’ De soldaten met hun tribuun en de Joodse gerechtsdienaars grepen Jezus en boeiden Hem.

Samenzang                                                                             (NLB 587)
Licht voor de wereld, geeft U zich gevangen
in deze nacht van duistere belangen?
Ik zoek U, Heer, en vraag U:
maak mijn oren heel om te horen.
  
De verloochening van Petrus – Johannes 18:13-27 door ds. KvW
Ze brachten Hem eerst naar Annas, de schoonvader van Kajafas. Kajafas was dat jaar hogepriester, en hij was het die de Joden had voorgehouden: ‘Het is goed dat één mens sterft voor het hele volk.’ Simon Petrus kwam met een andere leerling achter Jezus aan. Deze andere leerling kende de hogepriester en ging met Jezus het paleis van de hogepriester in, maar Petrus bleef buiten bij de poort staan. Daarop kwam de andere leerling, de kennis van de hogepriester, weer naar buiten; hij sprak met de portierster en nam Petrus mee naar binnen. Het meisje sprak Petrus aan: ‘Ben jij soms ook een leerling van die man?’ ‘Nee, ik niet,’ zei hij. De knechten en de gerechtsdienaars stonden zich te warmen bij een vuur dat ze hadden aangelegd omdat het koud was; ook Petrus ging zich erbij staan warmen. De hogepriester ondervroeg Jezus over zijn leerlingen en over zijn leer. Jezus zei: ‘Ik heb in het openbaar tot de wereld gesproken. Ik heb steeds onderricht gegeven op plaatsen waar de Joden bij elkaar komen, in synagogen en in de tempel, en nooit heb Ik iets in het geheim gezegd. Waarom ondervraagt u Mij? Vraag het toch aan de mensen die Mij gehoord hebben, zij weten wat Ik gezegd heb.’ Toen Jezus dat zei, gaf een van de dienaren die erbij stonden Hem een klap in het gezicht: ‘Is dat een manier om de hogepriester te antwoorden?’ Jezus zei: ‘Als Ik iets verkeerds gezegd heb, zeg dan wat er verkeerd was, maar als het juist is wat Ik heb gezegd, waarom slaat u Me dan?’ Daarna stuurde Annas Hem geboeid naar Kajafas, de hogepriester. Simon Petrus stond zich intussen nog steeds te warmen. ‘Ben jij soms ook een leerling van Hem?’ vroegen ze. ‘Nee,’ ontkende Petrus, ‘ik niet.’ Maar een van de knechten van de hogepriester, een familielid van de man van wie Petrus het oor had afgeslagen, zei: ‘Maar ik heb toch gezien dat je in die tuin bij Hem was?’ Weer ontkende Petrus, en meteen kraaide er een haan.

Solist - Via Dolorosa
Langs de Via Dolorosa in Jeruzalem die dag, 
verdrongen zich de mensen in de straat. 
Daar staarden ze Hem na:  
de man die sterven moest op Golgotha. 
 
Langs de Via Dolorosa, heel die lange lijdensweg,  
ging de Christus, onze Koning als een lam. 
Maar omdat Hij van ons hield met heel zijn hart, is Hij gegaan,  
langs de Via Dolorosa, heel de weg naar Golgotha. 
 
Er kwam bloed uit al zijn wonden, uit de striemen op zijn rug,  
uit de kroon van doornen om zijn hoofd geklemd.  
En Hij droeg met elke stap  
de hoon van hen die schreeuwden: “Kruisigt Hem!”. 
 
Langs de Via Dolorosa, heel die lange lijdensweg,  
ging de Christus, onze Koning als een lam.  
Maar omdat Hij van ons hield met heel zijn hart, is Hij gegaan,  
langs de Via Dolorosa, heel de weg naar Golgotha. 
 
Zijn kruis werd een troon, zijn bloed wast ons schoon  
en het stroomt door het hart van Jeruzalem. 
 
Langs de Via Dolorosa, heel die lange lijdensweg,  
ging de Christus, onze Koning als een lam.  
Maar omdat Hij van ons hield met heel zijn hart, is Hij gegaan,  
langs de Via Dolorosa, heel de weg naar Golgotha. 

Jezus voor Pilatus – Johannes 18:28-38 – door Doretta Akkermans
Jezus werd van Kajafas naar het pretorium gebracht. Het was nog vroeg in de morgen. Zelf gingen ze niet naar binnen, anders zouden ze zich verontreinigen en niet aan het pesachmaal kunnen deelnemen. Daarom kwam Pilatus naar buiten. ‘Waarvan beschuldigt u deze man?’ vroeg hij. Ze antwoordden: ‘Als Hij geen misdaden had gepleegd, zouden we Hem niet aan u uitgeleverd hebben.’ Pilatus zei: ‘Neem Hem dan mee, en veroordeel Hem volgens uw eigen wet.’ Maar de Joden wierpen tegen: ‘Wij hebben het recht niet om iemand ter dood te brengen.’ Zo moest de uitspraak van Jezus in vervulling gaan waarin Hij aanduidde welke dood Hij zou sterven. Pilatus ging het pretorium weer in. Hij liet Jezus bij zich komen en vroeg Hem: ‘Bent U de koning van de Joden?’ Jezus antwoordde: ‘Vraagt u dit uit uzelf of hebben anderen dit over Mij gezegd?’ ‘Ik ben toch geen Jood,’ antwoordde Pilatus. ‘Uw volk en uw hogepriesters hebben U aan mij uitgeleverd – wat hebt U gedaan?’ Jezus antwoordde: ‘Mijn koningschap hoort niet bij deze wereld. Als mijn koningschap bij deze wereld hoorde, zouden mijn dienaren wel gevochten hebben om te voorkomen dat Ik aan de Joden werd uitgeleverd. Maar mijn koninkrijk is niet van hier.’ Pilatus zei: ‘U bent dus koning?’ ‘U zegt dat Ik koning ben,’ zei Jezus. ‘Ik ben geboren en naar de wereld gekomen om van de waarheid te getuigen, en ieder die de waarheid is toegedaan, luistert naar wat Ik zeg.’ Hierop zei Pilatus: ‘Maar wat is waarheid?’

Samenzang                                                                             (NLB 575)

Koning tot een spot getekend
met een riet en doornenkroon,
bij de moordenaars gerekend
overstelpt met smaad en hoon,
opdat naar uw welbehagen
wij de kroon der ere dragen.
Duizend, duizendmaal, o Heer,
zij U daarvoor dank en eer.

Pilatus ontzet – Johannes 18:39-40 – door Ds. Karel
Na deze woorden ging hij weer naar de Joden buiten. ‘Ik heb geen schuld in Hem gevonden,’ zei hij. ‘Maar het is bij u gebruikelijk dat ik met Pesach iemand vrijlaat – wilt u dat ik de koning van de Joden vrijlaat?’ Toen begon iedereen te schreeuwen: ‘Hem niet, maar Barabbas!’ Barabbas was een misdadiger.

Samenzang: Licht ontloken aan het donker                                   (NLB 600)

Licht, ontloken aan het donker,
Licht, gebroken uit de steen,
Licht, waarachtig levensteken,
werp uw waarheid om ons heen!

Jezus’ geseling en veroordeling – Johannes 19:1-16 – door Doretta Akkermans
Toen liet Pilatus Jezus geselen. De soldaten vlochten een kroon van doorntakken, zetten die op zijn hoofd en deden hem een purperen mantel aan. Ze liepen naar hem toe en zeiden: ‘Leve de koning van de Joden!’, en ze sloegen hem in het gezicht. Pilatus liep weer naar buiten en zei: ‘Ik zal hem hier buiten aan u tonen om u duidelijk te maken dat ik geen enkel bewijs van zijn schuld heb gevonden.’ Daarop kwam Jezus naar buiten, met de doornenkroon op en de purperen mantel aan. ‘Hier is hij, de mens,’ zei Pilatus. Maar toen de hogepriesters en de gerechtsdienaars hem zagen begonnen ze te schreeuwen: ‘Kruisig hem, kruisig hem!’ Toen zei Pilatus: ‘Neem hem dan maar mee en kruisig hem zelf, want ik zie niet waaraan hij schuldig is.’ De Joden zeiden: ‘Wij hebben een wet die zegt dat hij moet sterven, omdat hij zich de Zoon van God heeft genoemd.’ Toen Pilatus dat hoorde werd hij erg bang. Hij ging het pretorium weer in en vroeg aan Jezus: ‘Waar komt u vandaan?’ Maar Jezus gaf geen antwoord. ‘Waarom zegt u niets tegen mij?’ vroeg Pilatus. ‘Weet u dan niet dat ik de macht heb om u vrij te laten of u te kruisigen?’ Jezus antwoordde: ‘De enige macht die u over mij hebt, is u van boven gegeven. Daarom draagt degene die mij aan u uitgeleverd heeft de meeste schuld.’ Vanaf dat moment wilde Pilatus hem vrijlaten. Maar de Joden riepen: ‘Als u die man vrijlaat bent u geen vriend van de keizer, want iedereen die zichzelf tot koning uitroept pleegt verzet tegen de keizer.’ Pilatus hoorde dat, liet Jezus naar buiten brengen en nam plaats op de rechterstoel op het zogeheten Mozaïekterras, in het Hebreeuws Gabbata. Het was rond het middaguur op de voorbereidingsdag van Pesach. Pilatus zei tegen de Joden: ‘Hier is hij, uw koning.’ Meteen schreeuwden ze: ‘Weg met hem, weg met hem, aan het kruis met hem!’ Pilatus vroeg: ‘Moet ik uw koning kruisigen?’ Maar de hogepriesters antwoordden: ‘Wij hebben geen andere koning dan de keizer!’ Toen droeg Pilatus hem aan hen over om hem te laten kruisigen.

Samenzang: O hoofd vol bloed en wonden                         (NLB Lied 576B)  
O holle, o godlike eagen, ûntsachlik foar de wrâld,
Hoe binn’ Jo knoeid en pleage,
bespot ta myn behâld.
Oait klearder as de sinne,

no feal allyk de dea,
ferlitten en allinne,
tebrutsen fan it kwea.
 

O holle, slim skanseare,
bespot en hune aloan,

o holle, wreed tamtearre,
jo kroan in toarnekroan,
o holle, oait sa hearlik
yn godlike eare en gloed
en no sa jammerdearlik
ik bûch en bring myn groet.
 

Jezus kruisiging en sterven – Johannes 19:16-30 – door ds. KvW
Zij voerden Jezus weg; hij droeg zelf het kruis naar de zogeheten Schedelplaats, in het Hebreeuws Golgota. Daar kruisigden ze hem, met twee anderen, aan weerskanten één, en Jezus in het midden. Pilatus had een inscriptie laten maken die op het kruis bevestigd werd. Er stond op ‘Jezus uit Nazaret, koning van de Joden’. Het stond er in het Hebreeuws, het Latijn en het Grieks, en omdat de plek waar Jezus gekruisigd werd dicht bij de stad lag, werd deze inscriptie door veel Joden gelezen. De hogepriesters van de Joden zeiden tegen Pilatus: ‘U moet niet “koning van de Joden” schrijven, maar “Deze man heeft beweerd: Ik ben de koning van de Joden”.’ ‘Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven,’ was het antwoord van Pilatus. Nadat ze Jezus gekruisigd hadden, verdeelden de soldaten zijn kleren in vieren, voor iedere soldaat een deel. Maar zijn onderkleed was in één stuk geweven, van boven tot beneden. Ze zeiden tegen elkaar: ‘Laten we het niet scheuren, maar laten we loten wie het hebben mag.’ Zo ging in vervulling wat de Schrift zegt: ‘Ze verdeelden mijn kleren onder elkaar en wierpen het lot om mijn gewaad.’ Dat is wat de soldaten deden. Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder met haar zuster, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria uit Magdala. Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie hij veel hield, zei hij tegen zijn moeder: ‘Dat is uw zoon,’ en daarna tegen de leerling: ‘Dat is je moeder.’ Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich in huis. Toen wist Jezus dat alles was volbracht, en om de Schrift geheel in vervulling te laten gaan zei hij: ‘Ik heb dorst.’ Er stond daar een vat zure wijn; ze staken er een majoraantak met een spons in en brachten die naar zijn mond. Nadat Jezus ervan gedronken had zei hij: ‘Het is volbracht.’ Hij boog zijn hoofd en gaf de geest.

De Kaars wordt gedoofd en het licht verder gedimd

De diakenen dragen Het Avondmaalskleed, de schotel, de beker, Het antependium, de bloemen en het doopvont de kerk uit.

Bespiegeling

Solist: Mijn God, mijn God, waarom heeft u mij verlaten  (Psalm 22 – The Psalm Project)

Mijn God, Mijn God, waarom verlaat U mij
en bent zo ver, terwijl ik tot U schrei,
en redt mij niet, maar gaat aan mij voorbij?
Hoe blijft U zwijgen?
Mijn God, ik doe tot U mijn kreten stijgen
bij dag, bij nacht. Tot U slechts kan ik vluchten,
maar krijg geen rust, geen antwoord op mijn zuchten
in klacht op klacht.

Mijn God, Mijn God, waarom verlaat Gij
mij en blijft zo ver, terwijl ik tot U schrei,
en redt mij niet, maar gaat aan mij voorbij?
Hoe blijft Gij zwijgen?
Mijn God

Maar ik, mijn God
'k Lig machteloos terneer Ik word vertrapt,
ik heb geen leven meer
Al spottend gaan ze tegen mij tekeer
Zij die mij smaden
Zo luidt hun raad
terwijl ze mij verraden:
Zoek het bij God
geef hen Uw leed te dragen
Hij zal U redden naar Zijn welbehagen
zo klinkt hun spot

Mijn God, Mijn God, waarom verlaat U mij
en blijft zo ver, terwijl ik tot U schrei,
en redt mij niet, maar gaat aan mij voorbij?
Hoe blijft U zwijgen?
Mijn God

Symboliek van last en dankbaarheid
Het sterven van Christus is een kantelpunt in de geschiedenis geworden.
“Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden” sprak Jezus. Ook zei Jezus: “Komt allen die moe en belast zijn en Ik zal jou rust geven.”

Hij gáf zijn leven uit liefde voor de wereld; voor ons met alles wat ons beheerst. Daarom mag het kruis een teken; een plaats zijn: waar de lasten die je als stenen meesleept in je leven neer mag leggen. Last verdwijnt,
vreugde ontstaat waardoor je leven mag kleuren; zoals bloemen die bloeien in de lente.

Avondgebed – Het is Volbracht
Nu valt de nacht.
Het is volbracht:
de Heer heeft heel zijn leven
voor het menselijk geslacht
in Gods hand gegeven.
 
Nu valt de nacht.
Het is volbracht:
De wereld gaf
Hem slechts een graf,
zijn wonen was Hem zwerven;
al zijn onschuld werd Hem straf
en zijn leven sterven.
 
Nu valt de nacht.
Het is volbracht:
't Is goed, o Heer,
Gij hoeft de eer
van God niet meer te staven.
Leggen wij ons bij U neer,
in uw dood begraven.
 
Nu valt de nacht.
Het is volbracht:
Hoe wonderlijk,
uitzonderlijk
een sabbat is gekomen:
eens voor al heeft Hij het juk
van ons afgenomen. Het is Volbracht! Amen

 ♫ Samenzang: Leer mij, o Heer                                                     (Gezang 177)

Leer mij, O Heer, uw lijden recht betrachten,
in deze zee verzinken mijn gedachten:
O liefde die, om zondaars te bevrijden,
zo zwaar moest lijden.

'k Zie U, God zelf, in eeuwigheid geprezen,
tot in de dood als mens gehoorzaam wezen,
in onze plaats gemarteld en geslagen,
de zonde dragen.

Laat mij, O Heer, uw wondre wijsheid prijzen,
dwaasheid en ergernis voor wereldwijzen,
laat mij uw kruis dat sterken zwakheid noemen
als sterkte roemen.

Stilte overheerst


We verlaten in stilte de kerk


Heer vergeef toch mijn opstandigheid,  
laat mij leven in uw zonneschijn.  
God, ik dank U wel,  
U hebt mijn leven in uw sterke hand,  
ik zing het uit: 
  
Niets kan mij meer van U scheiden, 
machten, krachten, lijden of nood, 
heden, toekomst, lengte, diepte, 
honger, armoe of de dood.  
  
Niets kan mij meer van U scheiden, 
machten, krachten, lijden of nood, 
heden, toekomst, lengte, diepte, 
honger, armoe of de dood. 
Dank zij U, Heer! Halleluja!  
 

terug
 


×